Tegen de stroom in gaan.
Op zaterdagmorgen 23 juni liep ik letterlijk en figuurlijk een uur lang tegen de stroom in. Dit gebeurde op de tweede dag van de Tweedaagse van Amersfoort. Een vriendin liep, ter voorbereiding op de Nijmeegse vierdaagse, de 40 km en het leek me gezellig om een klein stukje met haar mee te lopen. Als ongeoefende loper had ik de grens gesteld op één uur. In een uur loop je ongeveer 5 km. Dus één uur met haar meelopen en één uur terug, zou voor mij een wandeling van 10 kilometer betekenen en dat leek me precies genoeg.
De Tweedaagse van Amersfoort wordt gelopen door honderden mensen die als een kleurrijk lint door het landschap voortbewegen. Zoveel mensen die letterlijk en figuurlijk een stukje van hun leven samen oplopen. Daarbij zijn is een bijzondere ervaring. Iedereen praat met iedereen en er heerst een opgewekte stemming en een gevoel van saamhorigheid.
Na een uur lopen boog het bospad af naar links. Er stond een bankje waar ik kon pauzeren. Het was de ideale plek om afscheid te nemen van de vriendin en me voor te bereiden op de weg terug. Zij had nog 35 km voor de boeg en na een hug en nog een keer achteromkijken en zwaaien, zat ik heerlijk op dat bankje te kijken naar al die mensen die passeerden. Na een minuut of 10 begon ik aan de weg terug. Tegen de stroom in …
We hadden allemaal een doel voor ogen. Hetzelfde doel, dezelfde eindstreep. Voor de grote massa lag dat punt nog 35 km van hen vandaan en voor mij was dat 5 km. Zoals te verwachten viel, waren de opmerkingen niet van de lucht. “Zie je het niet meer zitten?” of “Je gaat verkeerd, hoor!” of “Je moet díe kant op.” Ik vond het een boeiende ervaring om te merken wat de verschillende reacties met me deden. In eerste instantie had ik de neiging om ruim baan te maken voor de grote stroom. Zij hoefden voor mij niet aan de kant. Ik stapte wel de berm in. Alsof hun waarheid groter was dan de mijne. Ik deed vooral mijn best om met een grote glimlach de mensen aan te kijken. Alsof ik naar ze wilde seinen ‘Het is oké’, ‘Ik ben ongevaarlijk.’ ‘Er zit een verhaal achter.’ ‘Ik ben geen afvaller.’
Zij zijn met heel veel meer. Zij lopen de route zoals de organisatie die heeft uitgezet. Dus zij zijn de norm. En ik week af van die norm. Terwijl ook mijn doel en intentie even oprecht waren als die van hen. Er is moed voor nodig om af te durven wijken van de norm.
Aan het begin van mijn terugtocht was ik open en vriendelijk. Ik keek de mensen lachend aan. Liet hun opmerkingen over me heen komen en pareerde die soms met een grap. Toen ik bij een oversteek kwam en de oversteekhulpen een opmerkingen maakten, legde ik ze in drie zinnen de situatie uit. Het voelde alsof ik me aan het verantwoorden was. Ik wilde toch echt niet dat de mensen van de organsiatie het idee zouden hebben dat ik een loser was die had opgegeven. Gelukkig waren er ook veel mensen die me heel open even aankeken en me vriendelijk “goedemorgen” zeiden. Zonder oordeel of opmerking. Langzaam maar zeker werd ik de humorreacties wel beu. Ik merkte dat ik me steeds meer ging afsluiten en blikken ging ontwijken. Ik was onderweg naar míjn doel en ik had daar mijn eigen redenen voor.
De stroom wandelaars hield de hele route aan. Ik was blij dat ik voor het laatste stuk de weg over kon steken, zodat ik van een afstandje de wandelaars kon zien gaan. Alleen een oplettende enkeling zag ik nog verwonderd mijn kant opkijken. Dit is dus wat er gebeurt met mensen die, vanuit de meerderheid gezien, tegen de stroom ingaan. Je begint vol goede moed, blij en open. Maar na steeds weer het oordeel dat jij in hun ogen iets niet goed doet, krijg je de neiging om je af te sluiten. Om je eigen plan te trekken en de verbinding te verbreken. Hier en daar probeer je je nog te verantwoorden voor je keuze en dat het heus wel oké is wat je doet. Door deze ervaring heb ik nog meer respect gekregen voor mensen die het er niet bij laten zitten. Die tegen de stroom in durven gaan. Die hun eigen doel en focus hebben waar ze in geloven. En die dat met behoud van de verbinding kunnen bereiken. Misschien kom jij ook wel eens zo iemand tegen. En misschien lukt het je dan om in plaats van je oordeel te geven een vraag te stellen. “Hé, waar ga jíj heen?” Zodat je in plaats van tegenover elkaar even naast elkaar komt te staan. Begrip kunt hebben en je eigen weg weer kunt vervolgen. Goede reis!
Hanneke, mooie observatie…food for thought.. misschien moet je wel eerst meegelopen hebben met de stroom, voordat het tegen de stroom inlopen zo verrijkend kan zijn en tot zulke bevrijdende inzichten kan leiden? Ga ik over nadenken als ik komende zaterdag de Mont Ventoux oploop! Liefs, Astrid